‘Met alle narigheid en het verdriet dat het coronavirus met zich meebrengt, is dit een ongelooflijk interessante tijd voor mobiliteitsonderzoekers.’ Voor Erik Verhoef, hoogleraar ruimtelijke economie, staat het vrijwel vast: het massale thuiswerken gaat structureel invloed hebben op verkeersstromen als de economie straks op enig moment herstelt. ‘Bij de vorige crisis was er minder file omdat we minder gingen werken. Nu is er geen verkeer maar werken mensen door op afstand’, aldus de hoogleraar. ‘Er waren al allerlei technieken om op afstand te werken. Nu zijn ze ook gebruikt door mensen die minder veranderingsgeneigd zijn. Iedereen gebruikt Zoom of een ander videoprogramma en merkt dat een deel van de overleggen prima op die manier kan. En het scheelt reistijd.’

Die ervaring is er ook bij advies- en ingenieursbureau Tauw. Het bedrijf met 1200 medewerkers schakelde na de eerste coronamaatregelen direct over op thuiswerken. ‘Binnen twee dagen werd 90% van het werk vanuit huis verricht’, zegt directeur Henrike Branderhorst. ‘Het gaat vlekkeloos.’ ‘We zien dat zaken mogelijk zijn die vier maanden geleden als onmogelijk werden gezien’, vult directeur Ralph van Roessel (Tauw heeft een tweehoofdig leiderschapsmodel) aan. ‘De flexibiliteit die nu in organisaties en werkprocessen mogelijk blijkt, moeten we na de coronacrisis vasthouden. Als we dat als samenleving niet doen, is dat een gemiste kans.’

Kwart wil vaker thuiswerken

Afgelopen maandag publiceerde het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een eerste onderzoek. Daaruit blijkt dat 44% van de respondenten vaker thuis is gaan werken. Van die groep zegt 61% dat het hen makkelijk afgaat en een kwart zegt ook na de coronacrisis vaker thuis te willen werken.

Let wel: dat is onder weinig ideale omstandigheden. Door de sluiting van scholen zitten ouders met de kinderen thuis en moet er gezorgd en lesgegeven worden. Niet echt een situatie waarbij de volledige focus op het werk ligt. Toch beviel het een belangrijk deel van de thuiswerkers. ‘Tot maart stond het hele land vast in de spits. Nu leren we dat dit in een hoogconjunctuur geen onvermijdelijk gegeven hoeft te zijn’, meent Branderhorst. Tauw is gespecialiseerd in advieswerk voor milieu, grond, water en de fysieke leefomgeving en denkt dat er lessen te trekken zijn. ‘Wat betekent dat voor de ruimtelijke plannen die circuleren voor 2030 en 2050? Zijn die duurzaam genoeg? Kunnen we toe naar een wereld die flexibeler is, minder files kent, een schonere lucht heeft en meer ruimte voor ontspanning biedt?’

In Nederland werkten al relatief veel mensen thuis

In Nederland werkten voor corona al relatief veel mensen thuis. Vorig jaar deed 39% van de werkenden dat wel eens vanuit huis, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau van de Statistiek. Het merendeel van de 3,5 miljoen thuiswerkers deed dat vooral incidenteel en vaak niet op een vaste dag. Vergeleken met andere Europese landen liep Nederland voorop, blijkt uit een studie van Eurostat uit 2018. Door de coronacrisis zal dat incidentele een meer structureel karakter krijgen, verwacht Dirk Brounen, hoogleraar vastgoedeconomie aan de Universiteit van Tilburg. ‘Mensen hebben er nu aan kunnen proeven. Ik heb nog niemand gehoord die weer vijf dagen in de file wil staan.’

‘Kantoren zullen vooral anders ingericht worden’

Ook Petran van Heel, sectorbankier bij ABN Amro, denkt dat het thuiswerken gaat beklijven. Hij schat dat kantoorwerk straks voor 30% tot 40% vanuit huis gedaan zal worden. ‘Hoe langer dit gaat duren, hoe meer mensen eraan gewend raken en hoe beter de technologie wordt.’ Zelfs bedrijven die er tot nog toe weinig van wilden weten, zullen omslaan, is zijn verwachting. ‘Iedereen wordt nu gedwongen er ervaring mee op te doen. Ze zijn daardoor straks ongewild door de leercurve heen en weten precies bij welke onderdelen het efficiëntie oplevert’, aldus Van Heel. Niet alleen voor de drukte op de weg kan dat gevolgen hebben, maar ook op de kantoormarkt. Als mensen meer thuis gaan werken, kan een bedrijf mogelijk met minder ruimte toe. Voorlopig zal dit nog niet opspelen, vanwege de anderhalvemeterregel. Bedrijven hebben dan alle vierkante meters nodig die ze hebben. Maar op termijn gaan vastgoedeigenaren dit merken. ‘De problemen zijn niet zo acuut als bij winkels. Maar ook bij kantoren zullen de effecten van corona geleidelijk zichtbaar worden. Kantoorruimte is een kostenpost. Daar zullen bedrijven nu kritisch naar kijken en dat zal bij herzieningen van huurcontracten een rol gaan spelen en dus de waarde van vastgoed raken’, zegt Van Heel.
Leon van Leersum van REDEPT Cresa, dat zakelijke huurders bijstaat, heeft al van één bedrijf gehoord dat het eraan denkt om zijn werknemers drie dagen per week thuis te gaan laten werken als de coronacrisis voorbij is. ‘Dan kun je je kantoor wel halveren’, stelt Van Leersum. Vastgoedadviseur CBRE betwijfelt of het tot minder vierkante meters gaat leiden. De kantoorkenner denkt wel dat thuiswerken een structurele plek gaat krijgen bij bedrijven, maar denkt dat dit er vooral toe gaat leiden dat de functie van kantoren anders zal worden. ‘Mensen komen vooral naar kantoor om elkaar te ontmoeten, dus er zullen meer vergaderruimtes en cafés komen en minder bureaus. Maar of dit onder aan de streep tot minder vierkante meters leidt, is nog afwachten’, stelt Wouter Oosting, werkplekstrateeg bij CBRE.

Verkeersdruk verlicht

Op de snelweg duurt het waarschijnlijk wel even voordat het effect van vaker thuiswerken echt merkbaar wordt. Eerst komt de recessie nog. Het thuiswerken gaat vooral tellen als de grenzen van de capaciteit worden bereikt, want dan leidt een beetje meer of minder verkeer tot aanzienlijk langere of kortere files. Zo nam vorig jaar het verkeer op het hoofdwegennet met 1,4% toe en steeg de hoeveelheid voertuigverliesuren direct met 3,2%. Verhoef: ‘Het helpt het meest als een deel van de mensen op maandag, dinsdag of donderdag thuiswerkt. Dat zijn de drukste dagen.’ Dat hoeft volgens hem niet eens een hele dag te zijn. Zo kan iemand de ochtendvergadering thuis doen en na de spits naar het werk gaan. Of de medewerker gaat ’s middags naar huis en doet ’s avonds nog wat. ‘Het mes snijdt aan twee kanten. De medewerker wint tijd en voor anderen wordt de verkeersdruk verlicht.’ Het verlost de Randstad ook van een ander probleem. Behoudens enkele grote knelpunten kan er weinig meer verbreed worden aan het hoofdwegennet. Denk aan de A12 tussen Utrecht en Amsterdam. Er liggen tien banen en nu al kan het onderliggende wegennet de spitsdrukte niet aan. Ook zitten de steden niet op nog meer auto’s te wachten. Zij willen juist autoluw worden. Volgens Verhoef blijft het dus zaak om te blijven investeren in het openbaar vervoer, ook al zijn de treinen nu leeg. ‘Het ov wordt gemeden uit vrees voor besmetting, maar eerdere ervaringen suggereren dat de reizigers terugkeren wanneer de pandemie definitief voorbij zal zijn. En in een grootstedelijke regio is er qua capaciteit geen efficiënter vervoermiddel dan een trein- of een lightrailverbinding.’

Dit artikel is geplaatst in het Financieele Dagblad op 24 april 2020.

U gebruikt een verouderde browser van Internet Explorer die niet meer wordt ondersteund. Voor optimale prestaties raden wij u aan om een nieuwere browser te downloaden. Hiervoor verwijzen wij u door naar:

browsehappy.com sluiten